De geschiedenis van de Gondola

De Venetianen vestigden zich in de 6e eeuw na Christus op de eilanden van de lagune bij het tegenwoordige Venetië, opdat barbaren hen niet konden bereiken. De lagune bestond uit kleine eilanden met een netwerk van smalle kanalen, niet diep genoeg voor de grote zeeschepen van de barbaren.

Het leven op de lagune werd mogelijk gemaakt door het gebruik van een smalle, lichte boot die mensen en goederen kon vervoeren. Deze boot werd bestuurd door een enkele roeier die op de achterkant van de boot stond, zodat hij goed zicht had. Voor de besturing en voortstuwing maakte hij gebruik van een enkele roeiriem in een open dol. Doordat de riem lang was en voorzien van een groot blad kon de staande roeier effectieve slagen maken. Dit vaartuig kunnen we als de voorloper van de huidige gondel beschouwen. Al in de 11e eeuw moet dit vaartuig in de lagune gevaren hebben. Pas uit schilderijen uit de 15e eeuw is bekend hoe de gondels eruit zagen.

gondola

De gondel heeft een lengte van 11 meter en weegt ongeveer 600 kilo. Omdat de kanalen in het oude Venetië zo smal waren en meerdere boten elkaar zonder ongemak moesten kunnen passeren, werden de boten in Venetië niet met twee riemen aan weerszijden van de boot, maar met één riem aan stuurboord (rechts) geroeid. Aanvankelijk werden de boten overigens wel met twee riemen geroeid. Vaak werden daar slaven voor gebruikt, die in dienst van de familie waren. Heel veel families hadden hun eigen gondel. Toen het economisch minder goed ging met Venetië, konden de meeste families zich nog maar een slaaf veroorloven. En daar kwam het probleem van de besturing kijken (zie #Asymmetrie_van_de_gondel). Om te voorkomen dat de 4 meter lange riem langs de muur schraapt, houden in Venetië alle boten links, met uitzondering van de boten op het grote kanaal, waar al het vaarverkeer rechts houdt. Op dit kanaal is dan ook genoeg ruimte. Doordat alle boten van onderen plat zijn en geen kiel hebben, kan de passerende roeier zonder problemen met zijn riem onder de boot van de tegenligger komen.

De achterkant van de boot is verhoogd, zodat de gondelier een beter overzicht heeft. In smalle, ondiepe of kronkelige kanalen is dit erg handig. Bovendien heeft de gondel in verhouding tot haar lengte een vrij klein onderwaterschip. Daarbij komt dat de uiteinden van de boot in de romp verzwaard zijn met massieve stukken hout en dat aan de voorzijde het gewicht van de ferro en aan de achterzijde het gewicht van de gondelier een groot moment geven aan de romp. Dit maakt dat de gondel ondanks de afwezigheid van een kiel, toch behoorlijk koersvast is. De positie van de gondelier ver van het middelpunt (en dus draaipunt) van de boot heeft tot gevolg dat met geringe kracht (denk aan de arm) makkelijk gemanoeuvreerd kan worden.

Top